Werken in de software-industrie heeft zeker zijn leuke kanten. Een van de voornaamste is mijns inziens de afwisseling: je krijgt de kans om te kijken in de keuken van een breed scala aan bedrijven en instellingen. Wat je meeneemt is je gedegen kennis van computers en automatisering, die je moet zien toe te passen in de bestaande of gewenste situatie.
Het eerste wat je dan moet doen, is je in te leven in de bedrijfscultuur, werkwijze en de terminologie ter plaatse. Om met dit laatste te beginnen: een normaal mens zegt bijvoorbeeld 'stoplicht', omdat die krengen toch meestal op rood staan. Ambtenaren die deze term te negatief vonden, en dat de stand 'groen' ook gepromoot moest worden, horen liever de term 'verkeerslicht'. Graaf een detectie-lus in in het wegdek, zet een grijze kast naast de weg, en dan heet datzelfde ding opeens 'electronische verkeersregel-installatie'. En een ICT-er die het waagt om 'stoplicht' te zeggen tegen de bureaukluiver die de term 'electronische verkeersregel-installatie' heeft bedacht, zal heel erg zijn best moeten doen om ooit nog eens het woord 'promotie' te mogen horen. Hij of zij zal jaren worden achtervolgd door de term 'communicatieve vaardigheid' op het beoordelingsformulier.
Ook is het leuk om te werken met verschillende disciplines in een bedrijf. In de telecom bijvoorbeeld, kan de netwerk-specialist vol trots praten over de routers, hubs, multi-plexers en allerlei andere mooie spullen die aan elkaar geknoopt kunnen worden met diverse kabeltjes en protocollen. Op de administratieve afdeling wordt dit dan allemaal samengevat als 'kastjes, die in rekening gebracht moeten kunnen worden'. Hier is het dus voor de buitenstaander de kunst om te onderkennen dat binnen één bedrijf achter verschillende deuren een andere taal wordt gesproken, terwijl men over hetzelfde praat.
Waar we ook veel mee te maken krijgen: fusies. Degene die denkt dat de wereld bestaat uit een mengeling van bedrijven die allemaal hetzelfde doen en dus ook wel volgens dezelfde regels zullen werken, heeft het grondig mis. Bijna elke toko heeft zijn uiterste best gedaan om het wiel opnieuw uit te vinden. Stel bijvoorbeeld dat we de spaarrekeningen van 2 banken gaan samenvoegen. Volgens bank1 is de maandrente gelijk aan de jaarrente gedeeld door 12. Volgens bank2 heeft januari 31 dagen, februari meestal 28,enzovoorts. Maar hoe bereken je ook al weer een schrikkeljaar?
Stuur door
Dit is niet OK